zondag 17 oktober 2010

Jubileum Waddenvereniging

‘Wind, kou en regen...daar kan een echte waddenfan tegen!’, onder dat motto stond ik zaterdagochtend 16 oktober op.  In gedachten feliciteerde ik de Waddenvereniging met die machtige 45 jaar dat zij bestaan. Het toverde een glimlach op m’n gezicht en zag ineens weer het kleine meisje dat ik ooit was voor me: al banjerend door de zee en het zand, droeg ik trots het ‘Wees wijs met de Waddenzee’-shirt. Ik denk niet dat ik toen enig besef had van de belangrijke functie die de Waddenvereniging heeft, maar ik was wel gek op de eilanden en het wad. En dat ben ik nog steeds.

Als wadgids heb ik afgelopen zomer heel wat mensen aangesproken. De zomerse braderiën van zowel Texel als Terschelling waren prachtige gelegenheden hiervoor. De meeste mensen waren vrolijk, ontspannen en  gul; het was immers vakantie. Maar er heerste onder sommigen ook een gevoel van onbehagen: stoor mij in mijn vakantie niet met idealisme!  Enig begrip kon ik daar wel voor opbrengen, maar ik vond het geen goed excuus. 

Zo anders was het 16 oktober 2010. Het begin van de herfst had zich aangekondigd met veel regen en koude wind. Maar ook onder deze omstandigheden zien de eilanden er schitterend uit en ik voelde me dan ook uitverkoren dat ik op deze feestelijke dag in het veldstation mocht staan op Schiermonnnikoog.
De zon brak door de wolken heen en alle voorbijgangers die ik trof waren goed gemutst. 


De jubileumkrantjes kon ik als warme broodjes aan iedereen uitdelen. De ‘raad het aantal schelpen’-actie liep ook erg goed.  Maar wat mij het meest gegrepen heeft waren twee mensen die enigzins emotioneel werden toen ze zagen dat ik een ‘Wees wijs met de Waddenzee’-retro trui droeg.  En dat toverde dan weer een grote glimlach op mijn gezicht! Trots op de Waddenvereniging.

Iedereen leek even de tijd te willen nemen om in het veldstation rond te neuzen en het tentje leek rond het middaguur dan ook een gezellige plek van samenkomst.
Her en der vroeg ik naar de band die de leden met de Waddenvereniging hebben. 


Sentiment, idealisme en warme gevoelens.Veel mensen zijn al jaren trouwe donateurs en vele kinderen willen ook wadgids worden. Dat is bekoorlijk.
Gefeliciteerd  Waddenvereniging!

Je bent sentiment, maar ook zeker de toekomst!


woensdag 13 oktober 2010

Het briefje,...mijn eerste column ooit.

....Je kon het vanuit de verte al zien, mocht je iemand zijn die op kleine details let...
 
Het was klein, opgevouwen en wit, zoals de meeste briefjes. 
Het weer zat de hele week al niet mee en ook deze bewuste dag had het continu geregent en het briefje,..ja het briefje was natuurlijk kledder-nat! Maar dat was slechts bijzaak want door de piepkleine zonnestraaltjes van de zomerzon zou het briefje zo weer opdrogen... 

Het briefje had het formaat van een A5-je en was bedrukt met dunne lichtblauwe lijntjes, je kent het vast wel, zo'n doodnormaal papiertje uit een een of ander schrift..

zo'n blaadje dat iedereen wel eens heeft opgevouwen of heeft weggegooid. Het was dan ook niet zo zeer het blaadje zelf dat de aandacht trok en ook niet de manier waarop het was bewerkt, maar de plek waar ik het aantrof maakte dit briefje tot een nieuwschierig voorwerp..ik kon er níet omheen! 

Wáár ik het aantrof? 
in een doodnormale fietsenstalling, op de doodgewone bel van een zwarte herenfiets waarvan zowel de voor als achterlamp stuk was, bevestigd tussen de versnellingshendel en de zilverkleurige bel. 

Dáár zat het briefje. Opgevouwen tot een formaat van pak 'm beet 6 bij 7 centimeter groot. 

Ik aarzelde even..maar dat maakte niet uit, ik moest dat briefje openen. Dus dat deed ik. 
Eigenlijk verwachte ik dat het een stom boodschappenlijstje was,..of misschien een briefje waarop stond dat de gevonden fietsleutel (die nog in het slot had gezeten..) te vinden was op het onderstaande adres... maar nee.. dit briefje was speciaal en overtrof al mijn "verwachtingen"... 


Het briefje,..was een liefdesverklaring! Een liefdesbrief op A5 formaat...verregend en wel. 

Toen ik de tekst las..kreeg ik een traan in mijn oog hoe simpel en mooi is een opbloeiende liefde tussen twee mensen. En hoe belangrijk is toeval en alles. 


Ik was erg aangedaan..
Ik vergat bijna dat het briefje niet voor mij bestemd was, dus begrijp je wel dat het echt bijzonder was wat er op het briefje stond.. ah. shit het begon te regenen, alsof dat ook voorbestemd was. Ik vouwde het briefje weer op en in mijn hoofd wenste ik het veel geluk, ik plaatste het wederom zorgvuldig terug op de speciaal uitgezochte locatie, op de doodgewone heren fiets.


Terwijl ik naar huis fietste zweefden de simpele woorden nog door mijn hoofd.. dat lieve briefje. 

hallo! 
ik heb precies dezelfde fiets als jij, maar dan een vrouwenfiets. 
zou je je naam en leeftijd op het briefje willen zetten en op mijn fiets willen bevestigen, als je haar kan vinden. 

de -simpele-vrouwen-fiets =eigenares. 


dat lieve briefje...




Flessenpost

Pats! Pats! 
Ahoi!
In één klap wakker. Wat een kabaal. 

Ik had geslapen als een roosje, in de ietwat muffe maar toch altijd vrolijk ogende caravan. 
 M’n kop buiten de deur gestoken zag ik direct het euvel van het lawaai: een grote mantelmeeuw was ons kampement binnengedrongen! Wát een verschijning.
Ik keek met de slaap nog in m’n ogen (omdat de toiletten nét iets te ver weg zijn voor op de vroege ochtend) naar het rooster. KINDERSTRANDDAG. “Ahoi” mompelde ik en keek naar de zon die zich ineens achter een paar grijze wolkjes verschool. Gelukkig bracht www.buienradar.nl vrolijk nieuws, het beloofde een droge en zonnige dag te worden tot aan het eind van de middag. Wat een mazzel. 

“Alle kinderen verzamelen, zonnealarm!” roepen wij, stoere wadgidsen, enkele uren later. 
Deze stranddag is een groot succes. De zon brandt op de ruggetjes, dus smeren maar met die factor veertig! 
Als alle kindjes even later, zorgvuldig witgekalkt zijn, gaan we verder met het programma. Jutten! Door die heftige wind vanuit zee moet er toch wel íets indrukwekkends te vinden zijn! “Mag ik deze mee naar huis?!” roept een kleuterjochie terwijl hij trots een ranzige sportschoen omhoog houdt. “Zeer zeker..neem die maar mee!” antwoord ik terwijl ik een kapotte schelp opraap. Toch maar wel meenemen. Vanuit m’n ooghoek zie ik ineens iets liggen dat op een drankfles lijkt. Wie doet dát nou! Belachelijk! En ik trek al een sprint naar de fles die twintig meter verderop in de zon ligt te glimmen.


Maar dan, AHOI!, zie ik dat er een papiertje in zit! Mijn hart bonst overdreven. Wat fijn! Eindelijk post! Hè hè, hier wacht ik al zo lang op! Flessenpost op een eiland. Een droom. Algauw hebben de koters het opgemerkt, ze stuiven met z’n allen tegelijk op me af. Even vergeet ik mijn leidinggevende functie en roep net iets te enthousiast “Jezus! Dit is gááf!”. Ondertussen bedenken we een goede methode om de boodschap uit de fles te kunnen verkrijgen. De mogelijk intieme boodschap mocht onder geen beding kapotscheuren! Ik maak de fles voorzichtig stuk, nu zou het gebeuren! De brief! 

Er zou in staan dat hij van een Deense jongen afkomstig was, die in een klein huisje aan de kust woont en heel dringend gezelschap nodig heeft voor zijn oude hond die elke dag alleen achterblijft als hijzelf uit vissen gaat. Als ‘P.S.’ zou er staan: ‘Bovendien hoef ik dan ook niet meer in mijn eentje naar de zonsondergang te kijken!’ 
Of het zou van een bejaarde zeebonk zijn, inclusief ankertattoo die al jaren uitziet naar een schrijfstertje die naar al zijn spannende verhalen komt luisteren en ze vervolgens in boekvorm uit gaat geven. Tja… 


Nou wil ik Thyra, die ik bij gebrek aan inspiratie nog altijd niet heb teruggeschreven, niet bij voorbaad minder doen laten lijken dan ze mogelijkerwijs is, maar een teleurstelling was deze minimale “brief” in eerste instantie wel. Alsof ze een visitekaartje verspreid heeft, geen woord te veel om het zo maar eens te zeggen. Ik was beduusd. De kinderen klaarblijkelijk niet. “Bel haar op!”. Thyra gaf geen gehoor. “Thyra is waarschijnlijk op vakantie, jongens.” Stelde ik de kiddo’s gerust. “Als ik thuis ben zal ik haar wel een brief schrijven en kijk eens wie daar zijn, de ouders!” Alle kinderen stormden enthousiast naar hun ouders. Gelukkig! 


Even later kwam er een knulletje terug, hij gaf me een briefje met een emailadres en lachte een beetje verlegen zijn fietsenrekje bloot. “Zou je ons willen ‘méélen’ als je iets van die mevrouw gehoord hebt?!” 
“AHOI! Maar natuurlijk doe ik dat voor je!” ik nam het briefje aan en gaf ‘m een aai over z’n bol. “Fijne vakantie juf, het was gaaf!” roept het jochie terwijl hij vrolijk terug huppelt. Geweldig. Wat een knul. 
Heeft Thyra’s brief toch nog voor een mooie herinnering gezorgd. 
Klein, maar fijn…



De Val




O jee.
Rustig blijven. 
Rustig. 
Nog een half uur.

Tentamens leren is niet leuk. Ik weet het nu helemaal zeker, het is slecht voor de gezondheid totdat je ze gehaald hebt.

Na vier dagen van totale afzondering en concentratie kwam ik in het overgangsstadium van ‘de-stijve-nek’ en een uitbarsting van hyperactiviteit. Ik kon me niet voorstellen dat ik gelange vier dagen in alle kalmte had doorgebracht zonder ook maar één overdreven handeling te hebben uitgevoerd.

Rusteloos.

Het gevoel begint in m’n kuiten, een soort jeuk waarbij krabben niet helpt. Draaiende enkels en wiebeltenen. Bloed raast door m’n lijf, ik moet stoppen met leren….dit gaat zo niet langer! 

Die benen!

Tien minuten later zit ik in de auto en zou het liefst plankgas geven, maar dankzij een bescheiden vorm van zelfdiscipline zorg ik ervoor dat ik en mijn medepassagiers veilig bij de ijsbaan arriveren.

Het is bijna zover.

Als een renpaard dat naar de startlijn wordt gebracht loop ik door de lange gang richting het ijs. Naarmate het kouder wordt ga ik sneller lopen en begint mijn hart te bonsen.

Desillusie.

Te druk. Veel te druk. Kinderen, véél kinderen en veel ijshockeyschaatsen. Bah. Snel tape ik mijn enkels in en snel bind ik mijn veters vast. Het is slecht ijs, dat is vanaf de kant te zien. Maar mijn benen zijn zo rusteloos, niet te houden! Ik spurt het ijs op. Let goed op de kleine ukkies. De eerste paar rondjes gaan slechter dan ooit, slordig, onbehouden en ongeconcentreerd. Toch wil ik meer, harder, zwaarder….ik hijg de longen uit mijn lijf….YES!

PATSSS….

Daar lig ik. Als en gewond hert. Hijgend. En helemaal kapot….

Maar….zo rustig en zo gelukkig.