O jee.
Rustig blijven.
Rustig.
Nog een half uur.
Tentamens leren is niet leuk. Ik weet het nu helemaal zeker, het is slecht voor de gezondheid totdat je ze gehaald hebt.
Na vier dagen van totale afzondering en concentratie kwam ik in het overgangsstadium van ‘de-stijve-nek’ en een uitbarsting van hyperactiviteit. Ik kon me niet voorstellen dat ik gelange vier dagen in alle kalmte had doorgebracht zonder ook maar één overdreven handeling te hebben uitgevoerd.
Rusteloos.
Het gevoel begint in m’n kuiten, een soort jeuk waarbij krabben niet helpt. Draaiende enkels en wiebeltenen. Bloed raast door m’n lijf, ik moet stoppen met leren….dit gaat zo niet langer!
Tentamens leren is niet leuk. Ik weet het nu helemaal zeker, het is slecht voor de gezondheid totdat je ze gehaald hebt.
Na vier dagen van totale afzondering en concentratie kwam ik in het overgangsstadium van ‘de-stijve-nek’ en een uitbarsting van hyperactiviteit. Ik kon me niet voorstellen dat ik gelange vier dagen in alle kalmte had doorgebracht zonder ook maar één overdreven handeling te hebben uitgevoerd.
Rusteloos.
Het gevoel begint in m’n kuiten, een soort jeuk waarbij krabben niet helpt. Draaiende enkels en wiebeltenen. Bloed raast door m’n lijf, ik moet stoppen met leren….dit gaat zo niet langer!
Die benen!
Tien minuten later zit ik in de auto en zou het liefst plankgas geven, maar dankzij een bescheiden vorm van zelfdiscipline zorg ik ervoor dat ik en mijn medepassagiers veilig bij de ijsbaan arriveren.
Het is bijna zover.
Als een renpaard dat naar de startlijn wordt gebracht loop ik door de lange gang richting het ijs. Naarmate het kouder wordt ga ik sneller lopen en begint mijn hart te bonsen.
Desillusie.
Te druk. Veel te druk. Kinderen, véél kinderen en veel ijshockeyschaatsen. Bah. Snel tape ik mijn enkels in en snel bind ik mijn veters vast. Het is slecht ijs, dat is vanaf de kant te zien. Maar mijn benen zijn zo rusteloos, niet te houden! Ik spurt het ijs op. Let goed op de kleine ukkies. De eerste paar rondjes gaan slechter dan ooit, slordig, onbehouden en ongeconcentreerd. Toch wil ik meer, harder, zwaarder….ik hijg de longen uit mijn lijf….YES!
PATSSS….
Daar lig ik. Als en gewond hert. Hijgend. En helemaal kapot….
Maar….zo rustig en zo gelukkig.
Tien minuten later zit ik in de auto en zou het liefst plankgas geven, maar dankzij een bescheiden vorm van zelfdiscipline zorg ik ervoor dat ik en mijn medepassagiers veilig bij de ijsbaan arriveren.
Het is bijna zover.
Als een renpaard dat naar de startlijn wordt gebracht loop ik door de lange gang richting het ijs. Naarmate het kouder wordt ga ik sneller lopen en begint mijn hart te bonsen.
Desillusie.
Te druk. Veel te druk. Kinderen, véél kinderen en veel ijshockeyschaatsen. Bah. Snel tape ik mijn enkels in en snel bind ik mijn veters vast. Het is slecht ijs, dat is vanaf de kant te zien. Maar mijn benen zijn zo rusteloos, niet te houden! Ik spurt het ijs op. Let goed op de kleine ukkies. De eerste paar rondjes gaan slechter dan ooit, slordig, onbehouden en ongeconcentreerd. Toch wil ik meer, harder, zwaarder….ik hijg de longen uit mijn lijf….YES!
PATSSS….
Daar lig ik. Als en gewond hert. Hijgend. En helemaal kapot….
Maar….zo rustig en zo gelukkig.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten