maandag 3 oktober 2011

Lekker Hangen

“Hé, vuile gleuvenvoeler!” riep de oude man. Ik fietste aan hem voorbij, op een vroege ochtend. Doelend op de postbode die hij aan de overkant van de straat had ontwaard, stond de man daar kwiek als hij was te wachten op de krant. In zijn pyjamabroek, zonder ochtendjas en met een bierbuik had hij veel lol om zijn eigen geestige grap. Ik fietste snel verder. Straks zou de man mij ook rare dingen naroepen. 

Dezelfde middag liep ik langs een groepje hangjeugd. Er werd hard gelachen, veel gerookt en ergens hoorde ik het sonische geluid van een mobieltje met muziek. Ik dacht terug aan een verleden. Als beginnende puber riep mijn moeder altijd dreigend dat ik me moest gedragen, anders zou ze me naar de hangjeugd op het plein brengen. Nee. Dat nooit. Je zou maar door je moeder naar de stoere jongeren worden gebracht. Het leek me een gênante vertoning, dus probeerde ik me te gedragen. Omdat ik het fenomeen ‘hanggroep’ wel heel boeiend vond, ontwikkelde ik er zelf een. Mijn vrienden en ik werden ook hangjeugd. We rookten niet en luisterden ook geen muziek uit een telefoon. Maar we lachten wel extra hard, riepen kleine kinderen na en zoenden in het openbaar.

Als adolescent zit je in een kloof. Botte grappen maken naar de postbode is er nog lang niet bij. En ook het opvoedkundige dreigen valt nog niet binnen de mogelijkheden.  Maar in feite ben je al wel te volwassen om lekker naïef in een park te hangen en dingen te doen waarvan je denkt dat God ze verboden heeft.  Maar toen ik ’s avonds thuis op de bank zat en langs ‘GTST’ zapte, voelde ik me toch een beetje onwennig. Ik wist heel goed wat er aan de hand was.

 Ik wilde ook weer hangjeugd zijn…



Geen opmerkingen:

Een reactie posten