woensdag 2 februari 2011

Oh! Sentiment!

Bij het instappen van de trein, dring ik voor. Ik schrik er een beetje van, zo ben ik niet.

Ook voel ik de behoefte om lekker alleen te reizen en zet mijn tas op de zitplek naast me alsof hij een persoonlijkheid heeft. Zo, we zitten lekker. Maar o, zo harteloos.

Tevreden staar ik naar het perron. Een oud dametje, van het krasse soort, probeert een joekel van een koffer de trein in te sleuren. Het is pijnlijk om te zien, ze sjort en trekt en rukt en duwt...Kan dan niemand die vrouw helpen?!

Fijn. Daar is de redder in nood. Een gentleman in pak, met actetas komt haar assisteren. Ik vraag me gelijktijdig af waarom hij die koffer niet gewoon de trein in tilt.  Galant was het wel.
Geroerd door deze goede daad, besluit ik mijn tas van de stoel nevens mij te halen. Hij ligt nog niet op de grond of andere reiziger werpt zijn sjawl, muts en tevens zijn handschoenen op de zitting. Nadat ik gefascineerd de kleur van de handschoenen heb bestudeerd, kijk ik omhoog. Een benig figuur kijkt mij met schuchtere kraaloogjes aan.

 Ik glimlach. Hij draagt een trui met pinguins.

Nadat zijn rugzak op het bagagerek is gedeponeerd gaat hij zitten en neemt zijn linnen tasje op schoot. Zie hem daar nou zitten: knietjes tegen elkaar, handjes en de linnen tas op schoot. Klaar voor de reis.
Zijn pierige haar is door de muts verward en wappert door het schommelen van de trein heen en weer. Schoudertjes gebogen, een restje snot wegsniffend en mijn blik ontwijkend.

Nadat we de stadse omgeving hebben verlaten, lijkt hij zich te ontspannen. Er klinkt een zucht van verlichting. Het geschikte moment voor een stevige lunch. De linnen buidel wordt opengemaakt en de boterhammetjes komen tevoorschijn.  Ze worden zorgvuldig uit het folie gehaald en gesorteerd op een voor mij raadselachtige volgorde.

Een kleine aarzeling meen ik te bespeuren, toch kiest hij voor het linker broodje. Met beide handen wordt deze hartige versnapering naar zijn mond gebracht. Hij bijt er doeltreffend en enigszins geagiteerd in. De gulzigheid verbaast me.

Tevreden kauwt hij en kijkt met zijn glazige oogjes naar het voorbijtrekkende landschap. De ontroering slaat toe bij mij. Wie zou die broodjes gesmeerd hebben? Hij heeft er in elk geval hard voor gewerkt, zie hem genieten! Het beeld van een eenzame man in een keuken die met veel zorg een broodje kaas klaarmaakt, vind ik ineens heel vertederend.

Nadat de laatste hap verorberd is, bergt hij de restanten zorgvuldig op in de linnen tas, slaat zijn handen in elkaar en legt ze op zijn buik.
“Lekker”, mompelt de man.

De reis die zo harteloos begon heeft een verdacht sentimenteel einde gekregen.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten